Hoe berekent u het benodigde koelvermogen?
Het vertrekpunt is de luchtinhoud van de ruimte: oppervlakte maal plafondhoogte. Die kubieke meters vermenigvuldigt u met een vermogen per m³. Voor een goed geïsoleerde woning (na 2010, HR++ glas) rekenen wij met ongeveer 30 watt per m³, voor een naoorlogse woning met circa 38 watt en voor een vooroorlogse woning met enkel glas of onbekende isolatie met 46 watt. Veel zoninval op het zuiden of westen telt daar nog eens ruwweg 15 procent bovenop.
Een woonkamer van 35 m² met een plafond van 2,6 meter heeft 91 m³ luchtinhoud. Bij gemiddelde isolatie en gemiddelde zoninval komt u op circa 3,5 kW. Is dezelfde ruimte vooroorlogs met grote ramen op het zuiden, dan schuift u door naar 5,0 kW. Te ruim kiezen is overigens geen veilige keuze: een te groot toestel schakelt kort aan en uit, ontvochtigt slechter en maakt meer geluid.

